de kwalkronieken

Zo, de eerste Taxol is binnen en voor morgen staat er al een nieuwe portie klaar. Zaterdag en zondag ben ik gaan werken, dat lukte, maar eergisteren was ik een en al ellende; beven, klappertanden, enorme, kortsluiting-achtige pijnen in mijn spieren, in brand staan… Toen heb ik mijn werk moeten aftoeteren. Vanaf volgende week mag ik thuis werken, en minder uren. Dat zou wel moeten lukken.

De pijn in mijn rechteronderbuik blijft hels. Toen ik het vorige week nog eens vermeldde begon onkie J. (onkdokkie L. is met vakantie) met zijn volle gewicht (ik lag op een onderzoekstafel) in mijn buik te duwen. Terwijl ik alle moeite van de wereld had (en de wetten van de zwaartekracht optimaal probeerde te benutten) om niet tegen het plafond te gaan zei dok J vrolijk: “Hm, galkolieken kunnen het niet zijn, anders zou je tegen het plafond gaan als ik zo duwde.”. Ik: “Uh, ja, uh… het deed wel gruwelijk pijn!” en hij: “Jaja, maar galkolieken, dat is toch nog wat anders.”.

Op de radio had ik net gehoord dat er iemand was overleden na een kwallensteek, dus ik vroeg hem of het misschien kwalkolieken konden zijn. Oplettende lezertjes herinneren zich misschien dat ik in juni met een kwal in aanvaring ben gekomen (een ervaring waarbij, zoals gezegd, angst, afgrijzen en pijn elkaar in snel tempo opvolgden). En ik herinnerde me dat sommige aandoeningen zich weken of zelfs maanden gedeisd kunnen houden om dan plots in alle acuutheid uit te breken. Misschien bijvoorbeeld ook kwalkolieken… Maar dok J krabbelde alleen maar in mijn dossier “patiënte ijlt”.

Jullie moeten weten dat ik op dat moment de zgn. ijskap al meer dan 2 uur op mijn hoofd had. Een soort gel-muts is dat met een temperatuur van -3 tot -5°C. Eerst voelde die verschrikkelijk koud aan, maar daarna kwam er een soort rust over mij, alsof mijn gedachten op een laag vuurtje waren gezet, ik gleed de dag door alsof ik een slee was met pas ingevette glijders, heel gladjes.

Uiteindelijk heb ik het ding bijna 5 uur op gehad. De verpleegsters waren me zo beu als koude pap, die moesten wachten tot ik klaar was om zelf ook naar huis te kunnen. De verpleegster die me de kap aanbond had gezegd: “En als we de kap uit de stroom halen moet je die nog een tiental minuten ophouden, want je haar zal daaraan vastgevroren zitten en als je die kap dan te abrupt afzet trek je alle haren mee uit.”. Maar de laatste verpleegster (“hehe! eindelijk!”) trok de stekker uit en zette zich schrap (“want die kap plakt goed vast lijkt het!”) en voor ik: “Aïe! Aïe! Oufti!” kon zeggen lag de kap al op de kar en bevroren sprieten haar staken er in alle richtingen uit.

“In elk geval was het een interessante ervaring”, heeft Bobonne me geleerd te zeggen als iets echt héél héél vervelend was. En die ijskap viel best mee. Mijn hoofdhuid voelt wel aan alsof die verbrand is geweest. Nu maar hopen dat m’n krullen blijven! Vanitas etc!

Maandag (eergisteren) moest ik dan naar huisdokkie voor een werkverzuimbriefje. Hij was hyperafwezig, leek absoluut niet te horen wat ik zei, zei op de meest ongepaste momenten “jaja” en “hmhm”, dus ik dacht: “de man lijkt wat aan de vermoeide kant”, maar toch vroeg ik hem ook maar eens naar mijn buikpijn. Weer moest ik op tafel gaan liggen en ook hij begon uit alle macht te duwen. Ik hield de randen van de tafel vast en mijn knokkels waren wit en mijn tanden knarsten, zo klemde ik ze op elkaar. Dok: “Dat doet pijn he? Jaja, dat doet vreselijk pijn.”. Ik mocht me van de tafel laten vallen en overeind krabbelen en piepen: “Misschien zijn het galkronieken?” terwijl hij druk zat te pennen, me een briefje toeschoof en triomfantelijk uitriep: “Hiero, een pijnstiller!”. Ik: “Ah, oh?”. Hij: “In druppels. 20 druppels, 3 keer per dag en als de pijn te erg is drijf je de dosis maar op met 5 à 10 druppels.”. Ik: “Ah, oh?”. Hij: “Dan zou het beter moeten gaan.”. Ik: “Maar wat heb ik eigenlijk?”. Hij: “Tja, wie weet dat! Dat kan vanalles zijn!”. En met die hartverwarmende woorden en m’n voorschrift en m’n verzuimbriefje werd ik het licht van de ondergaande zon ingeschoven.

Twee gevoelens in de auto:
- hij heeft helemaal niet geluisterd naar wat ik zei (vertwijfeling en frustratie)
- zo vlug mogelijk aan die druppels geraken (pijn)
Ten derde voelde ik me eigenlijk wel het haantje, want als je pijnstillers in druppelvorm krijgt in plaats van in pillen of bruisers lijkt dat toch een beetje een bevestiging van het feit dat je écht wel pijn hebt!

Gisteren was ik op mijn werk en gebeurde het allergekste: F’y belde me om te zeggen dat huisdokkie naar mama gebeld had om te zeggen dat hij me zo bewonderde, dat ik “een harde was met veel volharding”. Maar het was heel druk op mijn werk en misschien was mijn ijskop nog altijd niet helemaal ontdooid, in elk geval: tegen dat ik naar huis mocht had ik in mijn hoofd dat hij gezegd had dat ik “hard en hardvochtig” was, dus ik moest om half elf ‘s avonds nog naar mama bellen om de puntjes op “piëteit” te zetten. “Neeneenee, mallerd, hard en volhardend, niet hard en hardvochtig!”. En toen bleek dat huisdokkie ook elk woord gehoord had dat ik hem had gezegd! Want hij had met mama gesproken over mijn werk en mijn leven en de dieren (mama: “hoeveel uur heb jij daar gezeten?”) en wist overal alle details van!

Hoe kan men zich toch vergissen!

Overigens: toen ik vrijdag na de chemo met m’n F’y naar Donkey ging voor de ezels en we met hooi en water liepen te zeulen en met sla voor de ganzen zei hij opeens: “Kijk daar eens!” en – oh men kan zo gelukkig zijn!- half rechtop in het gras zat een jonge egel rond te kijken, niet bang maar nieuwsgierig.
Sommige wonderen zijn te groot voor veel woorden.

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 2 Comments

de ijskap

Het verwondert me hoe vrij ik ben van emoties de laatste tijd. Niet in verband met andere mensen (Marco Borsato in de bieb en ik ben op het toilet gaan janken als een puppy), maar in verband met mezelf. Pijn is het enige wat ik voel als het over mij gaat, pijn en ongeduld.

Alleen met mijn haar zit ik in. Gek, dit is de vierde keer dat ik het allemaal ga verliezen en het lijkt elke keer erger te worden. Nu heb ik zelfs om ‘de ijskap’ gevraagd, terwijl ik weet dat ik dat geen half uur vol ga houden (ik heb het nog nooit geprobeerd maar hoor van iedereen dat je er migraine van krijgt en dat je haar met ijskap toch ook min of meer uitvalt, meestal -zei dok- teveel om zonder pet/muts/sjaal etc te kunnen). Ik overweeg voor het eerst om een pruik te kopen die er als ‘normaal haar’ uitziet, alleen wil ik dan niet mijn huidige coupe (die veel te kort is maar waar ik toch al blij mee was – vooral met de “slag” erin), maar echt eens mooi haar, maar waarschijnlijk voel ik me dan zo opgelaten als ik ermee rondloop, zo alsof ik een pruik op heb, dat ik ze niet met plezier ga dragen.

Maar al mijn mutsen en sjaals en petten en hoeden vind ik op dit moment ook niks.

Veel mensen, kennissen of familieleden die ik weinig zie zeggen de laatste tijd: “Je ziet er goed uit! En je haar is goed aan het groeien!”. En dan denk ik: “Ja… ja…”.

Erger is wat andere mensen zeggen, waarschijnlijk uit onhandigheid: “Och, iedereen heeft tegenwoordig kanker, je hoort toch niks anders.” en “Het zijn de besten die het eerst moeten gaan.” en “Toch goed dat euthanasie nu bespreekbaar is.” (alledrie op één week tijd moeten horen). Vergeef ze, want ze weten niet wat ze zeggen.

Voor het eerst denk ik niet: “Laat deze kelk* aan mij voorbijgaan.”, maar: “Geef me deze kelk aan, en vlug wat, want ik wil dat het voorbij is.”.

Sorry voor de imitatio christi, dat is wel een beetje hovaardig en ik ben Mulisch niet (heb hem daarnet in het rek gepleurd en dacht daarbij alleen maar aan Fatima’s kat!)

* de Taxol

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 1 Comment

egelbewaarder en beschermegel

saskia en beschermegel

two hearts are better than one

Donderdag plofte hier rond 11 uur een kleine vriend in de brievenbus. Blablamie had gemerkt dat ik hulp nodig had en stuurde me de dapperste aller egels. Hij mocht donderdag meteen mee naar het ziekenhuis en bewees daar al direct hoeveel geluk hij bracht.

Gisteren moest ik terug naar het ziekenhuis voor de “officiële” verdict-sessie. Egel zat knusjes in de zak van mijn ‘blouson Snoopy’, maar een beetje zat ik toch wel in de piepzak: wat als onkel loog? De oncoloog van donderdag, bedoel ik, wat als die me gewoon gerust had willen stellen? Ik wéét dat dokters dat niet doen, maar wat als wél?

De dok van gisteren leek er uren over te doen de resultaten te bekijken. Het was snikheet in het kleine kamertje, ik kende de man niet (dokkie L. is met vakantie), hij had al een paar rare dingen gezegd waaruit bleek dat hij mijn dossier nog niet had bekeken (snap ik wel hoor, de arme man moet opeens massa’s patiënten overnemen) en ik had overal gruwelijk pijn.

Uiteindelijk bleek onkel de waarheid te hebben gesproken, alle vitale organen en botten zijn nog “in optima forma” (zo kras zou ik het zelf niet uitdrukken, maar alla) en vrijdag beginnen we met ‘weekly Taxol’.

Dat ik gruwelijke pijnen lijd weet hij ook aan “misschien iets zwaars opgetild?”. Hij vroeg nog wat voor pijnstiller ik nam, ik zei “Ibuprofen”. “En werkt dat?” – “Hmmmmm…”. Hij keek me onderzoekend aan en zei toen, na een kuchje: “Jaja… En u weet: een pijnstiller nemen we nooit op de lege…” – hij pauzeerde en ik vulde braaf aan “…maag!” en toen ging hij door: “Dus voor we een pijnstiller nemen moeten we eerst een hapje…” en ik “…eten!”. Hij: “Flink!”.

Deze nacht dacht ik: ik had de waarheid moeten zeggen. Die Ibuprofen werkt voor geen millimeter. De nacht was hels en het wordt niet beter vrees ik voor de Taxol begint te werken.

Maar ik heb (alweer) een geheim: ik heb een egel op zak en hij is dapper en sterk!

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 1 Comment

boekies

Na jaren samenwonen en het grootste deel van mijn boeken nog altijd in verhuisdozen (grrr) is nu het penibele moment aangebroken dat “mijn werkkamer” klaar is (foto’s volgen), met een grote bibliotheek waarin (bijna) alle boeken kunnen. Nu was de vraag: hoe gaan we ze schikken? Het logische antwoord: eerst per genre (romans, poëzie, non-fictie, kinderboeken), dan binnen elke categorie alfabetisch.

Het versmelten van boekenverzamelingen is het moment van de waarheid voor elke relatie, denk ik, en ik voer de gekste kunstgrepen uit om te vermijden dat bepaalde boeken met bepaalde andere boeken op één plank moeten. Nabokov heeft natuurlijk zijn eigen plank, die hoeft niks te vrezen, maar voorlopig moeten mijn geliefde Ilya Ilf en John Irving op dezelfde plank staan als Michel Houellebecq (urf! – en niet alleen omdat de man geen verstand heeft van kerstbomen optuigen, ik vind het helemaal een nare schrijver) en die akelige Dimitri Verhulst staat veel te dicht bij mijn Sandro Veronesi. En wat doet “De Goelag Archipel” bij de S van Schoofs, Saskia?

In gedachten leg ik bezoekers (A., E., I., O. en natuurlijk U) uit: “Ja, ja, neenee, ik vind die Carlos Zenufar ook hyper, hypersaai, maar F’y vond het wel… tja… filosofisch aan de interessante kant denk ik… Ja, ja, dat is het nadeel van bibliotheken versmelten natuurlijk… Zo dicht bij mijn Yates… Niks aan te doen, niks aan te doen… Maar kijk toch eens naar mijn Nabokovs! Alles in drievoud!”.

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 1 Comment

biopt(ic) (+ goed nieuws)

Gisteren moest ik naar het ziekenhuis voor een biopt. Ze gingen een biopt nemen van mijn huid, maar op het laatste moment besloot de dok (een mij volslagen onbekende maar zeer vriendelijke en competente heer) die hele huid te laten voor wat het was (“we weten wat daar gaande is”) en een “core”-biopt te nemen van de nieuwe tumor zelf om te zien of die primair of secundair was (dwz: op eigen houtje en ongevraagd ontstaan, dan wel via een bloedbaan door mijn “oude” tumor van mijn linker- naar mijn rechterkant gestuurd. Mijn eigen optie, dat de ziekte via de huid naar rechts was gekropen en daar naar binnen was geslagen was volgens hem onmogelijk)

Normaliter had ik de uitslagen van de scans van woensdag pas maandag (de 23ste) gekregen, maar omdat ik zo gruwelijk veel pijn had in mijn buik vroeg ik gisteren aan dokkie O of die pijn van m’n lever kwam en toen bleek hij gewoon al aan de resultaten van de scans te kunnen!!! En alles was goed!!! Botten, lever, nieren, etc. – geen aanwijsbare ziekte.

Dat was echt goed nieuws, ondanks de snel groeiende tumor in rechterborst en -huid, die ons, volgens dokkie O., ertoe verplichtte zo snel mogelijk een behandeling te beginnen. “Jajaja, dat is okee.”, zei ik.

Toen moest ik van mijn stoel springen om naar het operatiekwartier te race’en (dok O is zeer dynamisch en stond al in starthouding aan de deur) en de pijn schoot door m’n lijf, ik voelde mezelf grauw worden en bijna vallen. Ik zei tegen dokkie: “Maar wat is die pijn dan, hier en hier?”. Hij: “Oh… ge zult iets verrekt hebben…”.

Maar ik sprak er nog met F’y over; die pijn in mijn ribben komt misschien door de huid erboven (die heel rood, dik en pijnlijk is), misschien straalt dat uit naar mijn ribben? Maar de pijn in mijn onderbuik (rechterkant) is soms echt hels en nu vroegen we ons af of ik soms geen latente appendicitis heb? “Iets verrekt” blijft toch geen 2 weken zo verschrikkelijk veel pijn doen?

Nu ja, maandag moet ik terug, dan hoor ik welke behandeling (waarschijnlijk Taxol maar met of zonder bestralingen?) ik wanneer begin en dat klinkt nu allemaal wel lichtvoetig maar eerlijk gezegd zie en voel ik elke dag mijn borst dikker, roder en warmer worden en zie ik op mijn huid de netelroosachtige vlekken centimeter na centimeter voortkruipen, richting buik, richting rug en denk ik: Taxol, hoe vlugger hoe liever.

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in archief rue, blog | 3 Comments

bah!

Dat gisteren een zware dag zou worden wist ik natuurlijk, maar zo’n dag van folteringen en vernederingen had ik nooit verwacht…

Eén ding, en dan probeer ik die hele 18de augustus 2010 hysterisch uit mijn geheugen te bannen: toen ik zat te wachten voor de “scan abdomen” kreeg ik van een verpleger een fles Chaudfontaine aangereikt met de woorden: “Alsjeblieft, aperitief maison, opdrinken binnen het uur!”. Ik zei nog (want ik probeer altijd de bereidwillige, goedgemutste patiënt te spelen): “Okee”, maar toen ik de dop erafdraaide bleek het helemaal geen water te zijn maar een of andere waterkleurige vloeistof met de walgelijkste geur. Anijs!
Ik liep achter de verpleger aan en zei: “Dit kan ik echt niet opdrinken”. Ik probeerde hem uit te leggen dat het tussen anijs en mij meer is dan “niet lusten”, ik walg ervan, kokhals ervan, kan noch de geur noch de smaak verdragen. Toen een kleuterjuf me dwong zo’n zwarte veter op te eten heb ik de hele klas onderge-euhm… en er is sindsdien niks veranderd.

Dat allemaal bracht ik levendig over en de verpleger keek alleen maar professioneel-vriendelijk en zei “Tja, dat is het probleem, sommige mensen vinden dat een aangename smaak, sommigen niet, maar het moet echt.”. Hij had dus totaal niet begrepen hoe erg het was. Ik gaf het op en droop af naar mijn stoel.
Anderhalve liter! Anderhalve liter, kokhalzend, vechtend tegen de tranen (van woede en onmacht en ellende dat ik bovenop alles ook nog eens anderhalve liter anijswater moest drinken), zo misselijk als een otter… Bah!

Daarna werd ik nog gemarteld op de bottenscan-tafel, maar dat lag aan mijn pijnlijke lichaam, niet aan de scan. Op een bepaald moment dacht ik “als het nu niet stopt word ik gek”, maar het stopte niet. En ik werd niet gek. En uiteindelijk stopte het en kon ik niet eens meer “Bedankt en tot ziens” zeggen tegen die verpleegster omdat mijn keel helemaal dichtgeknepen was. Angst, ellende, onmacht, verdriet…

Om half vijf was ik eindelijk buiten (ik was al van negen uur in het ziekenhuis) en moest toen nog gaan werken, tot tien uur. Totale waanzin.

Toch was dit niet mijn ergste 18de augustus. Dat was die van 2004, ook een woensdag, toen Bobonne is overleden. Dies irae, dies illa.

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 5 Comments

de beertjes

Zondag vierden we de verjaardagen van de twee kleinste beertjes van de familie: mijn schattige peetje Igor (°4/8) werd 5! en zijn zusje Pia (°20/7), mijn allerliefste nichtje, werd 3.
Het weer was veel te slecht om foto’s te maken, maar hier een foto van de 2 figuurtjes uit zonniger tijden.

Taunk joe broer (nu ik weet dat joe m’n blog leest :-)) voor het lekkerste Mexicaanse eten aller tijden. En voor je broederschap. Het was een heel leuke dag!

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 1 Comment

oi

heb ik iedereen ongerust gemaakt – dat was niet de bedoeling! komt wel goed hoor vrienden, ik ben toch al 10 jaar zo bezig!

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | Leave a comment

bing! bang! enzovoort

Vrijdag moest ik naar dokkie voor de uitslagen van de mammografie en voor m’n herceptine. Toen bleek dat mijn rechterkant de linker ruim heeft geëvenaard: de tumor is van +/- onzichtbaar op 3 weken tijd naar “tennisbal”-grootte gegaan. Zoiets vreesde ik zelf natuurlijk ook al, alleen was ik zo stom dokkie ook op te biechten dat ik zo’n pijn had in mijn ribben en lever dat ik er donderdagnacht door was flauwgevallen.
Ik had mezelf wel voor de kop kunnen slaan nadat ik de woorden had gesproken. Ze begon meteen te duwen en te kneden en te voelen en veel ernstiger te kijken dan ooit mijn bedoeling kon zijn geweest en nu hang ik eraan voor m’n onbezonnenheid: woensdag botscan en scan abdomen (terwijl ik echo daarvan pas heb gehad en alles goed was, maar dok zei “op zo’n scan zie je veel meer”), donderdag een biopt en maandag moet ik op de proppen komen voor het verdict.

Mijn ribben en lever doen van de slag veel minder pijn, maar ook weer niet zo weinig dat ik ze kan vergeten.

Wat er ook gebeurt, Taxol herbegint over 2 à 3 weken.

Dat mijn Taxolvakantie niet kon blijven duren wist ik, maar die kanker van mij ging toch braaf plaatselijk blijven? Botten of lever of botten én lever was toch nooit de afspraak?
Enfin, ik moet maar afwachten. Het kan ook komen door het slepen met kleer- en boekenkasten en twee kleine beertjes…
Maar toen ik dat opperde, liet dokkie zo’n typische doktersstilte vallen. Zo’n stilte van “Het zou natuurlijk kunnen, maar ik ga je zeker niet aanmoedigen dat te geloven”.

Deze week blijf ik tussen de onderzoeken door gewoon werken. Dat klinkt misschien gek, maar ik probeer zo lang mogelijk de meubels te redden. Misschien red ik het zelf dan ook.

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 1 Comment

yin, yang enzovoort

Vorige week ging het op mijn werk over geloof en godsdienst. Dat was eigenlijk een grappig gesprek. Eén jongen was diepgelovig, maar ging nooit naar de mis. Hij gebruikte de bijbel als handleiding voor zijn leven. Een andere jongen was protestants opgevoed (met niet lachen op zondag etc) maar was nu een agnosticus. Een andere jongen was de zoon van een Wicca. Twee anderen geloofden wel dat er “iets” was, maar wat precies, daar waren ze nog niet uit.

yin yang symbool

yin en yang en de design-bolletjes

De agnosticus zei dat hij wel geloofde in yin en yang en meer bepaald in het vlekje dat in elk halfje zit. Je hebt zo’n wit halfje met een zwart bolletje in en zo’n zwart halfje met een wit bolletje in. Nu dacht ik dat die bolletjes daar puur om designredenen zaten, maar nee, ze hebben betekenis: wit met een zwart bolletje (is dat nu yin?) betekent dat er niks is dat helemaal goed is, dat aan al het goede ook een slecht kantje zit. Yang, het zwarte met het witte bolletje veronderstel ik, betekent dat er niks helemaal slecht is, dat aan al het slechte ook altijd iets goeds zit.

De anderen knikten: “ja, dat is zo”, maar ik was zo geschokt dat ik een beetje luider dan nodig uitriep: “Maar dat is toch helemaal niet zo!”. Ze keken me allemaal aan en ik zei: “Er zijn toch genoeg dingen die alleen maar slecht zijn en andere dingen die alleen maar goed zijn.”. Ik wou een voorbeeld geven, kanker, maar was te bang dat iemand zou afkomen met zogenaamd positieve kanten daarvan, want dan had ik met iets gegooid of was in tranen weggelopen, ik weet niet welk van de twee het ergst was geweest.

Daarna, rustiger, heb ik nagedacht. Zijn er echt geen positieve kanten aan te zien? Ik heb een hoop medische kennis opgedaan, maar die had ik gerust kunnen missen, veel liever zelfs had ik er allemaal niks van moeten weten. Ik heb leuke en interessante mensen ontmoet (echt en virtueel), maar in welke omstandigheden? Te weten dat zij ook elke dag vechten voor hun leven maakt me echt niet blij, ik had ze dan liever niet gekend en dat noch zij, noch ik iets met kanker te maken hadden.
Elke dag even verdriet te voelen om een van hen die er niet meer is, is dat goed? Nee, nee, nee! Het is afschuwelijk!

En over het goede moet ik nog minder lang nadenken. Ik heb een waslijst van dingen die goed zijn zonder ook maar één slecht kantje. Linzen bv., young Twinkers, de bloemen in de tuin, sommige boeken, sommige liedjes, mijn burootje, de Mac, etc. etc.
Belangrijker nog: er zijn mensen die alleen maar goed zijn. Ik ga ze nu niet noemen om ze niet in verlegenheid te brengen, maar het is zo.

Alles relativeren, dat is zo akelig.

PS ik heb even wikipedia opgeslagen, het heeft blijkbaar niet zoveel (helemaal niks!) met goed en kwaad te maken… nu ja!
dan hebben we over goed en kwaad gepraat, niet over yin en yang. Sorry, bolletjes! Maar op ‘t eerste zicht is mijn uitval naar “alles relativeren” wel terecht in verband ermee.

Onthouden of delen:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • RSS
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
Posted in blog | 2 Comments